Voorbereiden op de toekomst

In het programma Voorbereiding op inburgering krijgen statushouders alvast praktische informatie over zelfstandig wonen en leven in Nederland. Deelname is niet verplicht. Wel stimuleren we statushouders aan het programma mee te doen en zich voor te bereiden op hun toekomst. Het programma bestaat uit:

  • lessen ‘Nederlands als tweede taal’ (NT2)
  • lessen Kennis van de Nederlandse Maatschappij
  • individuele begeleiding
  • het opbouwen van een persoonlijk dossier en digitaal klantprofiel

Lessen Nederlands als tweede taal  

In het programma ligt de nadruk op de beheersing van de Nederlandse taal op tenminste het laagste taalniveau: A1min. Het startniveau en de leercapaciteit verschillen per inidividu. Daarom nemen we eerst een leerbaarheidstoets af. Het resultaat daarvan bepaalt in welke van de 3 niveaugroepen wij iemand indelen: analfabeten, laagopgeleiden, en midden- en hoogopgeleiden. Wanneer de lessen zijn afgerond, nemen we een gespreksvaardighedentoetst af.

Deelnemers krijgen 121 uur taalles van een gecertificeerde NT2-docent. In de lessen maken we gebruik van boeken en e-learning. Vertrekken deelnemers uit het azc? Dan kunnen ze zelfstandig verder met het lesmateriaal.

NT2-lessen voor asielzoekers
  • Statushouders tijdens een NT2-les
    Lessen Nederlands als tweede taal © Inge van Mill

Kennis van de Nederlandse Maatschappij

De lessen Kennis van de Nederlandse Maatschappij (KNM) bereiden statushouders voor op de eerste maanden in de gemeente waar ze een huis krijgen. In 24 lesuren krijgen ze 6 modules over:

  • inburgeringsplicht
  • wonen in Nederland
  • onderwijs in Nederland
  • gezondheidszorg in Nederland
  • democratie en rechtsstaat
  • werk en oriëntatie op de Nederlandse arbeidsmarkt

In de module ‘werk en oriëntatie op de Nederlandse arbeidsmarkt’ denken deelnemers na over hun mogelijkheden op de arbeidsmarkt. Welke eerste stappen kunnen ze zetten? Een opleiding volgen, vrijwilligerswerk doen of misschien zelfs meteen betaald werk. We benadrukken dat deelnemers zelf verantwoordelijk zijn en initiatief moeten nemen.

Een programmabegeleider geeft de KNM-training samen met een tolk in verschillende taalgroepen. Zo zijn er groepen voor Eritreeërs en Arabisch sprekende mensen. Het is belangrijk om deze lessen in de moedertaal te geven en niet in het Nederlands. De informatie is te ingewikkeld om over dragen aan mensen die de Nederlandse taal nog niet machtig zijn. Geven we geen groepsles in de taal die een statushouder spreekt, dan krijgt hij de informatie in een persoonlijk gesprek met een tolk erbij.

  • Statushouder schrijft op whiteboard tijdens les Kennis van de Nederlandse Maatschappij
    Lessen Kennis van de Nederlandse Maatschappij © Rick Keus

Individuele begeleiding en persoonlijk dossier

Naast NT2-lessen en de KNM-lessen hebben statushouders een-op-een-gesprekken met hun casemanager in het azc. In totaal 11 uur. De casemanager helpt hen na te denken over hun toekomstplannen en stappen die ze direct kunnen zetten. Samen maken ze een persoonlijk informatiedossier. Met informatie over onder meer opleidingen, werkervaring en netwerk. Statushouders kunnen hun dossier delen met de gemeente of een opleidingsinstituut. En gebruiken tijdens de zoektocht naar een baan of sollicitaties.

Digitaal klantprofiel en overdracht naar de gemeente

Onze begeleiding bij de voorbereiding op inburgering krijgt een vervolg in de gemeente. Het COA maakt voor alle statushouders een digitaal klantprofiel. De casemanager van het COA houdt bij voorkeur ook een persoonlijk overdrachtsgesprek met de statushouder en de klantmanager van de gemeente. 

Lees meer over klantprofiel en overdracht naar gemeente