Wie heeft recht op de Rvb?

  • Personen en hun kinderen die in het kader van gezinshereniging of gezinsvorming een verblijfsvergunning hebben aangevraagd en de beslissing in Nederland mogen afwachten.
  • Kinderen (0 tot 18 jaar) die rechtmatig in Nederland verblijven en van wie de ouders of wettelijke vertegenwoordiger op geen enkele manier aan bestaansmiddelen kunnen komen.
  • Bepaalde groepen slachtoffers en getuigen van mensenhandel.
  • Bepaalde groepen slachtoffers huiselijk geweld en eergerelateerd geweld.
  • Bepaalde groepen slachtoffers mensenhandel met verblijfsvergunning.

In de originele tekst van de regeling vind je een uitgebreide beschrijving van de categoriën die mogelijk in aanmerking komen voor een toelage Rvb.

Hoogte van de toelage

De maandelijkse toelage Rvb is net zo hoog is als de bijstandsuitkering volgens de Participatiewet. De normbedragen in de Participatiewet vormen het uitgangspunt voor de berekening ervan. De toelage wordt achteraf over de voorliggende maand uitgekeerd. Naast een maandelijkse financiële toelage voorziet de Rvb ook in een verzekering tegen medische kosten. Uitzondering hierop is de categorie minderjarige kinderen (zie artikel 2, lid 1, sub e van de Rvb)*. Ouders met een verblijfsvergunning mensenhandel kunnen in aanmerking komen voor een aanvullende uitkering en ziektekostenverzekering voor hun kinderen.

Uitkering aanvragen 

Een aanvraag Rvb dien je in bij de Uitvoeringsorganisatie Rvb van het COA met het aanvraagformulier Rvb . Er zijn formulieren voor de verschillende categorieën aanvragers.Het is belangrijk om het formulier te gebruiken dat past bij je situatie. De aanvraagformulieren vind je onderaan deze pagina. Het verzendadres van de Uitvoeringsorganisatie van het COA staat op het formulier vermeld. 

Het COA neemt uitsluitend compleet ingevulde en ondertekende formulieren in behandeling die zijn voorzien van alle gevraagde bijlagen. Let op: kopieën en aanvragen per mail nemen we niet in behandeling.

Een aanvraag voor Rvb-voorzieningen moet binnen 2 weken nadat het recht op de voorzieningen is ontstaan, zijn ingediend. De aanvrager mag niet beschikken over voldoende middelen om in de noodzakelijke kosten van levensonderhoud te voorzien en mag geen eigen vermogen hebben.

Meer weten?

Hieronder vind je veelgestelde vragen en antwoorden. Staat je vraag er niet tussen, neem dan contact op met de helpdesk Rvb: 0800-2201051 (ma t/m do van 9.00 - 12.00 uur) of mail naar rvb-vragen@coa.nl.

Veel gestelde vragen

De Rvb is bedoeld voor:

  1. Personen en hun kinderen die in het kader van gezinshereniging of gezinsvorming een verblijfsvergunning hebben aangevraagd en de beslissing in Nederland mogen afwachten.
  2. Kinderen (0 tot 18 jaar) die rechtmatig in Nederland verblijven en van wie de ouders of wettelijke vertegenwoordiger op geen enkele manier aan bestaansmiddelen kunnen komen.
  3. Bepaalde groepen slachtoffers en getuigen van mensenhandel.
  4. Bepaalde groepen slachtoffers huiselijk geweld en eergerelateerd geweld.

De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) bepaalt of een vreemdeling rechtmatig in Nederland verblijft. In relatie tot de Rvb kan worden gesteld dat een vreemdeling rechtmatig verblijf in Nederland heeft als hij een aanvraag heeft gedaan voor een verblijfsvergunning en in afwachting is van de beslissing van de IND. In bepaalde gevallen kan het zo zijn dat de vreemdeling ook rechtmatig in Nederland verblijft wanneer hij bezwaar of beroep heeft ingesteld tegen de beslissing van de IND.

  • Voor slachtoffers van mensenhandel (buiten de B8-procedure), getuigen/aangevers, gezinsherenigers/vormers, minderjarige vreemdelingen, slachtoffers van eergerelateerd geweld en slachtoffers van huiselijk geweld: op het moment dat bij de IND een aanvraag om een verblijfsvergunning is ingediend.
  • Voor slachtoffers van mensenhandel (B8-procedure): op het moment van melding bij de politie.
  • Voor slachtoffers van mensenhandel, slachtoffers van eergerelateerd geweld en slachtoffers van huiselijk geweld, die hier te lande verblijf houden op grond van een bijzondere geprivilegieerde status, of als gemeenschapsonderdaan gedurende de periode van drie maanden na inreis rechtmatig verblijf hebben: nadat de persoon is opgenomen in een Nederlandse instelling voor vrouwenopvang.

U moet een eerste aanvraag voor de Rvb en de aanvraag van vervolguitkeringen binnen 2 weken nadat het recht op de Rvb is ontstaan, indienen bij het COA.

  • Voor minderjarige vreemdelingen betekent dit binnen 2 weken nadat voor het kind bij de IND een aanvraag voor een verblijfsvergunning is ingediend.
  • Voor gezinsherenigers/gezinsvormers en getuigen/aangevers betekent dit binnen 2 weken nadat de vreemdeling bij de IND een aanvraag voor een verblijfsvergunning heeft ingediend.
  • Voor slachtoffers van mensenhandel (B8-procedure) betekent dit binnen 2 weken na melding bij de politie.
  • Voor slachtoffers van eergerelateerd geweld, slachtoffers van huiselijk geweld en slachtoffers van mensenhandel (buiten de B8-procedure), betekent dit binnen 2 weken nadat de vreemdeling is opgenomen in een Nederlandse instelling voor vrouwenopvang en bij de IND ook een aanvraag voor een verblijfsvergunning heeft ingediend.
  • Voor slachtoffers van eergerelateerd geweld, slachtoffers van huiselijk geweld en slachtoffers van mensenhandel, die hier te lande verblijf houden op grond van een bijzondere geprivilegieerde status, of als gemeenschapsonderdaan rechtmatig verblijf hebben, betekent dit binnen 2 weken nadat de vreemdeling is opgenomen in een Nederlandse instelling voor vrouwenopvang.
Als een aanvraag te laat wordt ingediend, dan wordt de aanvraag afgewezen. Tenzij blijkt dat de aanvrager zich in een overmachtsituatie bevond, waardoor hij niet in staat was de aanvraag tijdig in te dienen. Aanvragers die laat indienen, ontvangen het verzoek de reden van het te laat indienen schriftelijk te melden aan het COA.
De besluitvorming gaat direct na de ontvangst van de aanvraag in. De aanvrager krijgt eerst een ontvangstbevestiging toegezonden. Conform het gestelde in artikel 4:13, lid 1 van de Algemene wet bestuursrecht, dient een beschikking bij het ontbreken van een bij wettelijk voorschrift bepaalde termijn, binnen een redelijke termijn na ontvangst van de aanvraag te worden gegeven. In lid 2 wordt vervolgens aangegeven dat deze termijn in ieder geval na 8 weken, na ontvangst van de aanvraag, is verstreken. De verwerkingstijd is in principe 4 weken na ontvangst van de aanvraag, waarbij het COA er alles aan doet om geen vertraging te laten ontstaan. Hierbij moet echter gerealiseerd worden dat het COA ook afhankelijk is van informatie van derden, zoals de IND. Dat impliceert dat de behandeltermijn tot de in de Wet algemene bestuursrecht genoemde termijn van acht weken kan uitlopen. De aanvrager aan wie een uitkering wordt toegekend, krijgt - nadat er een betaling is gedaan - een beschikking en een nieuw aanvraagformulier voor de maand volgend op de maand in de toekenningsbeschikking toegezonden.

Aanvragers in de categorie gezinsherenigers/gezinsvormers zijn verplicht een aantal bewijsstukken met hun aanvraag mee te sturen. Voor het in behandeling nemen van de aanvraag heeft het COA het volgende nodig:

  • Kopie loonstrook/uitkeringsspecificatie van de maand waarop de aanvraag betrekking heeft, van het gezinslid dat al in Nederland woont en met wie de aanvrager herenigd is of wil worden.
  • Kopie loonstroken/uitkeringsspecificaties van de maand waarop de aanvraag betrekking heeft, van de gezinsleden die al in Nederland verblijven en met wie de aanvrager in Nederland een gezin heeft gevormd of gaat vormen.

Wanneer de IND niet tot een oordeel heeft kunnen komen over de status en/of identiteit en/of ouder-kindrelatie start het COA nader onderzoek en vraagt betrokkenen schriftelijk om aanvullende informatie. De aanvrager moet de gevraagde informatie aanleveren bij het COA. Het COA bepaalt op welke wijze de informatie moet worden verstrekt.

Het recht op uitkering duurt tot het moment waarop de aanvrager toegang heeft tot enig middel van bestaan en/of tot het moment dat de IND een besluit heeft genomen over de verblijfsvergunning.

De datum waarop de IND bij beschikking heeft bepaald dat aanspraak bestaat op een verblijfsvergunning, is de datum waarop het recht op de Rvb eindigt. Voor minderjarige vreemdelingen geldt ook dat het recht op uitkering eindigt als hij de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt. Het recht op uitkering kan ook beëindigd worden indien betrokkene de benodigde gegevens niet of niet tijdig verstrekt. Van een beëindiging van het recht op uitkering maakt het COA een beschikking aan.

Het recht duurt tot het moment waarop de aanvrager toegang heeft tot enig middel van bestaan en/of tot het moment dat de IND een besluit heeft genomen over de verblijfsvergunning. De datum waarop de IND bij beschikking heeft bepaald dat aanspraak bestaat op een verblijfsvergunning, is de datum waarop het recht op de Rvb eindigt. Het recht op uitkering kan ook beëindigd worden indien betrokkene de benodigde gegevens niet of niet tijdig verstrekt. Van een beëindiging van het recht op uitkering maakt het COA een beschikking aan.
Voor de categorieën slachtoffers van mensenhandel, getuigen/aangevers in een proces betreffende mensenhandel, slachtoffers van eergerelateerd geweld en slachtoffers van huiselijk geweld wordt op de datum waarop het COA het formele recht ingevolge de Rvb beëindigt, een uitbetaling gedaan overeenkomstig de Rvb. De maandelijkse uitkeringen stoppen op het moment dat de betrokkene kan beschikken over het pasje dat volgt op de IND-beschikking. Dat is de datum volgend op de dag waarop het pasje naar de belanghebbende is verzonden. De IND bericht het COA hierover.
De Rvb is uitsluitend bestemd voor vreemdelingen die rechtmatig in Nederland verblijven. Bij toekenning van de regeling wordt strikt gekeken naar de status van de vreemdeling. Als een vreemdeling in bezwaar is gegaan tegen de uitspraak over zijn verblijfsvergunning, mag hij de uitspraak in principe in Nederland afwachten en heeft hij recht op de Rvb (bezwaar wordt binnen de IND afgehandeld). Voorwaarde hierbij is wel dat het ingediende bezwaar een schorsende werking heeft. Wanneer een aanvraag wordt afgewezen vanwege het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf, dan mag de beslissing op het bezwaar niet in Nederland worden afgewacht. Ook wanneer de vreemdeling in aanraking is gekomen met politie/justitie kan het zijn dat een beslissing op het bezwaar niet in Nederland mag worden afgewacht.
De staatssecretaris van Justitie heeft de verstrekking vastgesteld en heeft besloten de minderjarige vreemdelingen niet te verzekeren tegen medische kosten. De aard en omvang van de verstrekking zijn gebaseerd op de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) op 24 januari 2006. Deze uitspraak heeft betrekking op een financiële bijdrage en niet op ziektekosten. De staatssecretaris is van mening dat op basis van de uitspraak van de CRvB een passende voorziening voor de minderjarige vreemdelingen is gecreëerd.