Kansrijke koppeling aan een gemeente

De rijksoverheid bepaalt elk half jaar het aantal statushouders dat elke gemeente moet huisvesten: de gemeentelijke taakstelling. Het COA koppelt statushouders aan een gemeente. Daarbij kijken we waar zij de beste kansen hebben om een nieuw leven op te bouwen en bij te dragen aan de maatschappij.

Screeningsgesprek

In de procesopvanglocatie voeren we met een statushouder op de dag van zijn vergunningverlening een screeningsgesprek. Daarin vragen we naar opleiding en werkervaring in het land van herkomst, ambities en sociaal netwerk. Ook wel zachte criteria genoemd. Daarnaast kijken we naar harde criteria, zoals eerstegraads familie, medische bijzonderheden en werk en opleiding op dit moment in Nederland.

Plaatsing in geschikte arbeidsregio

Na het screeningsgesprek kijken we in welk azc we de statushouder het beste kunnen plaatsen. We proberen hem op te vangen in de buurt van de plek waar hij later kan wonen en werken. Dat bevordert zijn integratie en participatie.

Daarna koppelt een regievoerder de statushouder binnen circa 2 weken aan de gemeente waar hij het beste kan gaan wonen.

Grote kans op verblijfsvergunning: vroege screening

Maken asielzoekers een goede kans op een verblijfsvergunning? Dan krijgen zij al eerder een screeningsgesprek in de procesopvanglocatie, namelijk vóór vergunningverlening.

Digitaal klantprofiel en overdracht naar gemeente

Tijdens het Programma Voorbereiding op inburgering maken statushouders samen met hun casemanager een persoonlijk informatiedossier. Met informatie over onder meer opleidingen, werkervaring en netwerk.

Daarnaast maken we voor alle statushouders een digitaal klantprofiel met informatie over opleiding, werkervaring, ambities en deelname aan programma’s en vrijwilligerswerk. Dat profiel zetten we in het Taakstellingvolgsysteem (TVS) voor gemeenten.

Gemeenten hebben via het TVS toegang tot de klantprofielen van statushouders die ze gaan huisvesten. Ze gebruiken deze om passende huisvesting aan te bieden. De profielen bevatten ook handvatten om de statushouder te ondersteunen bij zijn integratie en participatie

Warme overdracht

Bij overdracht naar de gemeente vindt bij voorkeur ook een overdrachtgesprek plaats tussen de statushouder, zijn casemanager en de klantmanager van de gemeenten. Tijdens dit gesprek lichten we het klantprofiel en het persoonlijk informatiedossier toe.

Gemeente zoekt passende huisvesting

Statushouders kiezen niet zelf waar zij gaan wonen. Gemeenten gaan op basis van het klantprofiel op zoek naar passende woonruimte. Dat is vrijwel altijd huisvesting van een woningbouwcorporatie. Families krijgen meestal een eengezinswoning. Jonge alleenstaande statushouders krijgen vaak een kamer in een huis met andere woningzoekenden, zoals studenten en werkende jongeren. Statushouders zijn verplicht om de woonruimte die een gemeente aanbiedt te accepteren.

Gemeenten hebben door de krapte op de woningmarkt niet altijd direct woonruimte beschikbaar. Statushouders blijven dan langer in het azc wonen of maken gebruik van de logeerregeling van het COA. 

Lees meer over huisvesting en inburgering door gemeenten (vng.nl)
Asielzoeker Bha Alsabag logeert bij Marja Hamhuis
© Kick Smeets

Logeerregeling: onderdak bij vrienden, familie of gastgezin

Statushouders die in Nederland bij vrienden, familie of een gastgezin willen verblijven, kunnen gebruikmaken van de logeerregeling. Deelnemers aan deze regeling behouden tijdens hun logeerverblijf het recht op basisvoorzieningen van het COA.

Meer over de logeerregeling

Alleenstaande minderjarige statushouders

Alleenstaande jongeren tot en met 14 jaar blijven als zij een verblijfsvergunning krijgen in een opvanggezin wonen. Zijn de jongeren 15 jaar en ouder als ze een verblijfsvergunning krijgen? Dan verhuizen ze vanuit de procesopvanglocatie naar een kleinschalige opvangplek van Nidos.

Zodra deze jongeren 18 jaar worden, moet de gemeente passende vervolghuisvesting realiseren. Het is belangrijk dat ze in de omgeving kunnen blijven wonen waar ze inmiddels gewend zijn en sociale contacten hebben.

Huisvesting bij gezinshereniging 

Bij gezinshereniging koppelen we nareizigers zoveel mogelijk aan de gemeente waar de referent woont of gaat wonen. Heeft de referent al woonruimte, dan benadert het COA de gemeente voor een woningcheck. Zo bepalen we of de nareizende familieleden rechtstreeks naar de woonruimte in de gemeente kunnen. Als dat niet zo is, krijgen ze een opvangplek bij het COA en vindt de gezinshereniging daar plaats. Vervolgens koppelen wij de hele familie aan een gemeente.

Gaat het om gezinshereniging van een alleenstaande minderjarige jongere? Dan is het vanwege zijn kwetsbare positie extra belangrijk dat we de hele familie in de gemeente plaatsen waar de jongere verblijft of eerder verbleef. Of in een gemeente in de directe omgeving. Zo behoudt hij zijn sociale netwerk in Nederland.