“Onze directeur vroeg mij wat ik ervan vond als Batool bij mij in de klas een taalstage zou gaan doen. Ik zag dat wel zitten. Als iemand iets graag wil, wie ben ik dan om te zeggen dat het niet kan? Juist leuk. Ik heb ook affiniteit met mensen die noodgedwongen hun eigen land moeten verlaten. Batool had niet de ambitie om het onderwijs in te gaan, ze deed een andere studie in het land van herkomst. Ze had bij de medewerkers in het azc aangegeven dat ze vooral graag de taal wilde leren. Alleen al van die intentie werd ik blij.

Voorstellen

Net als bij andere stagiaires vroeg ik Batool of ze het leuk vond om zichzelf voor te stellen aan de klas. Dat heeft ze keurig gedaan, en helemaal in het Nederlands. Ze was heel open en vertelde dat ze uit haar land is gevlucht omdat ze daar niet meer veilig was. Kinderen stelden na de presentatie niet meteen vragen, maar later hoorde ik ze een-op-een dingen aan haar vragen. Bijvoorbeeld of ze nog familie heeft en waar die dan nu is.

  • © Kick Smeets

Kinderen helpen

Batool is een initiatiefrijke meid, stelde zich in de school meteen aan iedereen voor en stak de handen uit de mouwen. In de klas deed ze hand-en-spandiensten, zoals werkjes van de kinderen ophangen. Ook hielp ze al snel kinderen die van mij geen instructie kregen. Vooral bij het rekenen, dat vond ze leuk om te doen. Ze zat dan bij een of twee kinderen aan tafel. Als ze elkaar niet begrepen, kwam ze bij mij en gaf ik het woord dat ze nodig had. Ook ging ze met kinderen boeken lezen. Ik zei: ‘Laat ze maar lezen en mee wijzen, dan kun je meekijken en dat is ook goed voor jou.’

Kletsen

De drempel om zelf Nederlands te praten, was voor Batool in het begin hoog. Als ze het probeerde, hoorde je dat ze het best al een beetje kon. Wij spraken zoveel mogelijk Nederlands met haar. De kinderen waren eerst een beetje afwachtend, maar op een gegeven moment zochten ze haar op en gingen ze met haar kletsen. Vooral groep 6 vond dat leuk. De kinderen leerden haar allerlei woorden. Als ze het verkeerde woord gebruikte, zeiden ze: ‘Nee, dat moet je zo zeggen…’

  • © Kick Smeets

Lesje burgerschap

Aan deze taalstage heeft Batool zeker iets gehad. Ze heeft nieuwe woorden geleerd en zo’n stage is een goede dagbesteding als je in het azc zit. Daarnaast heeft zij ons geholpen en zelfs een beetje de rol van onderwijsassistent op zich genomen. Als ik iets niet af had zei ze: ‘Geef mij maar, dan doe ik het terwijl jij voorleest of lesgeeft.’ Bovendien moeten wij op school werken aan burgerschap. Zo iemand als Batool binnenhalen, is toch burgerschap ten voeten uit? Ze komt uit een vreemd land, snakt naar iets anders doen dan in het azc zitten en wil gewoon contact met mensen. Als Batool dat vertelt, heeft dat meer impact dan er een lesje over geven.   

  • Korrie van der Veen. Batool staat om privacyredenen niet op de foto. © Kick Smeets

Stapje verder

Ik sta zeker open voor een vervolgstage en dat heb ik haar ook aangeboden. Het is mooi dat iemand als Batool mee kan doen in de samenleving. Als ik zelf vluchteling zou zijn, zou ik daar ook blij mee zijn. Ik heb zelf een dochter van Batool’s leeftijd en ik gun ze allebei een fantastisch leven. Mijn dochter zit thuis, is veilig, net klaar met haar studie. Batool is gevlucht, is noodgedwongen gestopt met haar studie, zit in een azc. Als ik met een stage een beetje verlichting kan brengen, is dat toch prachtig? Ik hoop dat ik haar een stapje verder heb geholpen.”

Het COA stimuleert asielzoekers om in een praktijksituatie te oefenen met de Nederlandse taal en het werkende leven in Nederland. Batool gaf bij de Meedoen-balie in azc Drachten aan dat ze de taal wilde leren. Vervolgens nam de COA-medewerker van de Meedoen-balie contact op met de casemanager participatie van het COA in Friesland. De casemanager vond een school die wilde meewerken aan een taalstage: basisschool de Voorde in Drachten. COA.nl/integratie.

Dit verhaal is eerder gepubliceerd in VreemdelingenVisie september 2022.