‘Zouden al die bedden wel vol komen, dacht ik begin vorige week nog. We hadden 540 bedden klaargezet in de kazerne. Vooral kamers met 9 tot 14 bedden. Het bleef stil. We kregen niet meer informatie dan via het nieuws. Vrijdag hoorden we in de loop van de dag dat er een vliegtuig uit Kabul aan zou komen. Of daar mensen voor onze noodopvang in zaten, wisten we nog niet.

De eerste Afghaanse evacués kwamen aan op Schiphol en stapten over op een bus. Eén COA-collega kon meerijden. Hoewel de mensen vooral lagen te slapen, inventariseerde hij wat we konden verwachten: 28 mensen, waaronder veel gezinnen, 7 kinderen en 2 baby’s.

Toen ze hier begin van de avond uitstapten, viel me meteen op dat ze bijna niets bij zich hadden. Een plastic tasje met wat spulletjes. De kleren die ze aanhadden. Sommigen hadden niet eens schoenen aan. Ze kwamen echt rechtstreeks uit Kabul. Dat zien we normaal gesproken niet. Dat maakte een diepe indruk op ons.

Trots

Bij de ontvangst legden we de Afghaanse evacués uit waar ze waren en wat de bedoeling was. Toen we klaar waren, namen ook twee Afghanen het woord. Om ons te bedanken. Na die moeilijke tijd. Deze dankwoorden kwamen voor mij heel onverwacht. Ik moest wel even slikken en het maakte me trots dat ik dit werk mag doen.

Wifi

Later die avond waren de meeste collega’s naar huis gegaan. Ik zat nog roosters te maken. Toen kwam het bericht dat er nog 50 bewoners onderweg waren. Om 3 uur ’s nachts ontvingen we ze samen met beveiligers van Trigion. Op zondag was de opvang vol.

De eerste dagen regelden we de spullen die iedereen nodig heeft. Schoenen en kleren. Op een kazerne is bijvoorbeeld geen babyvoeding, dus die moest er komen. Veel mensen vroegen meteen om wifi om contact te kunnen maken met familie en vrienden. Gelukkig konden we die direct bieden. Ook regelden we telefoonopladers die veel mensen niet mee hadden kunnen nemen.

Straaljagers

De opvang in de kazerne is wel een beetje spartaans. Zeker voor gezinnen. Mensen hebben weinig privacy. De militairen oefenen hier ook gewoon nog. Straaljagers vliegen over. Er hangen posters waarop staat dat vuurwapens niet naar binnen mogen. We proberen dit alles zo goed mogelijk aan de bewoners uit te leggen.

In de loop van de week openden onze samenwerkingspartners ook hun kantoren in de kazerne: GezondheidsZorg Asielzoekers (GZA), de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND), de Koninklijke Marechaussee, VluchtelingenWerk Nederland, en de GGD voor de TBC-screening en coronatest. Vrijwilligers van het Rode Kruis helpen in de eetzaal en met het uitdelen van kleding.

We krijgen een steeds beter beeld van wie we allemaal in huis hebben en wat ze nodig hebben. Zo hebben we twee hoogzwangere vrouwen. Verder is een aantal mensen alweer doorgereisd naar de VS en Frankrijk. Ook waren er Afghaanse mensen die Nederlands staatsburger zijn. Een moeder en haar twee kinderen zijn inmiddels naar huis.

Overweldigend veel spullen

Aan de poort komen mensen van heinde en ver om spullen te brengen. Overweldigend veel. Hartverwarmend en heel lief. Toch zijn we gestopt met het aannemen van spullen, omdat we de ruimte niet meer hebben en het aannemen en sorteren ervan te veel tijd kost. We werken vraaggestuurd: we kijken wat de mensen nodig hebben en regelen dat.

De meeste mensen zijn inmiddels bijgekomen van de reis en beginnen actiever te worden. Op het terrein hangt veel schoon wasgoed te drogen. De kinderen spelen en rijden met fietsjes door de gangen van de kazerne. Hopelijk kunnen deze mensen snel verhuizen naar een regulier asielzoekerscentrum. Daar kunnen we de mensen nog beter begeleiden.’