Veilig

“’Hier zijn we veilig’, was het eerste dat ik tegen mijn moeder zei toen we aankwamen in Nederland. In Syrië heb ik me nooit veilig gevoeld. Want hoewel ik ben geboren en getogen in Damascus, komt mijn vader oorspronkelijk uit Palestina. Daardoor ben ik een staatloze Palestijn. Mensen keken op mij neer, mijn zelfvertrouwen liep flinke deuken op.”

Onrustig

“Die eerste maanden in Nederland voelde ik me dan wel veilig, maar ook ongelukkig. Ik zat veel op mijn kamer en dacht terug aan onze heftige reis. Hoe we in een rubberbootje de zee overstaken. Hoe we in Griekenland van huis naar huis werden gesmokkeld. Ik sliep onrustig. Dan schrok ik wakker en dacht: waar ben ik? Ik zag ook als een berg op tegen mijn IND-interview. Ik was zo bang dat ik mijn vluchtverhaal niet goed zou kunnen verwoorden.”

Kantelpunt

“‘Je hebt hulp nodig’, zei een COA-medewerker in Ter Apel tegen me. Dat advies was achteraf gezien een kantelpunt. Ze bracht me in contact met VluchtelingenWerk. Zij vertelden dat ze konden meegaan naar het interview met de IND. Dat gaf rust. Ook heb ik gepraat met een psycholoog die praktijk hield in het azc. Ik leerde wat beter omgaan met mijn stress, wat me hielp tijdens het zes uur durende IND-interview.”

Gastvrouw

“Beetje bij beetje voelde ik me wat relaxter. Toen ik in maart dit jaar hier in Dronten bij de infobalie een briefje zag hangen met daarop ‘Gastvrouwen voor Bed & Breakfast gezocht’, dacht ik meteen: ‘Ja, leuk!’ Ik meldde me aan voor dit leer-werkproject. In vier weken werd ik klaargestoomd tot gastvrouw. Als gasten nu een van de twee bungalows op dit azc-terrein hebben geboekt, verwelkom ik hen in het Nederlands of in het Engels. ‘Welkom in het azc Dronten’, zeg ik dan. ‘Ik ben hier om jullie te helpen.’ Mijn zelfvertrouwen is enorm gegroeid door dit werk.”

Gezinshereniging

“Drie maanden geleden kregen mijn moeder en ik goed nieuws. We mogen in Nederland blijven. De gemeente Nieuwegein zoekt nu een woning voor ons. We hopen dat mijn broer straks ook bij ons intrekt. Hij woont nu nog in een azc in Duitsland en moet terug naar Roemenië, want daar heeft hij het eerste zijn vingerafdrukken gegeven. Maar hij heeft de spierziekte Duchenne en gaat hard achteruit. Daarom hebben we gezinshereniging op medische gronden aangevraagd.”

Sieraden

“Als ik mijn hoofd leeg wil maken, pak ik mijn etui met sieraden en kijk hoe ik ze mooier kan maken. Deze stenen bijvoorbeeld heb ik met nagellak roze en paars gemaakt zodat ze beter kleuren bij dit armbandje. En deze armband met bloemetjes is heel speciaal voor mij. Het is een cadeautje van mijn zus en zat in mijn rugzak toen we de Egeïsche zee overstaken.”

Inburgering

“Nu ik weet dat ik mag blijven, kan ik werken aan mijn toekomst hier. Ik ben al begonnen met het vak Kennis van de Nederlandse maatschappij, een verplicht onderdeel van de inburgering. We hebben net het thema Werk besproken. Heel leerzaam. Ik weet nu bijvoorbeeld dat een cv niet te lang mag zijn en dat werkervaring verzinnen not done is. En dat je bij een sollicitatiegesprek je jas uittrekt, omdat het anders lijkt alsof je haast hebt. Het liefst zou ik hier mijn studie afmaken en daarna gaan werken. Want in Damascus volgde ik een opleiding tot laborant. Maar daarvoor moet ik eerst vloeiend Nederlands kunnen.”

Schrift

“Drie keer per week ga ik naar de Nederlandse les van mevrouw Britt. Ik ben zo blij met haar. Zij heeft echt engelengeduld. Toen ik hier aankwam, sprak ik geen woord Nederlands. Nu kan ik dit interview met jou al doen in het Nederlands. Ik oefen zoveel mogelijk. Met mijn casemanager praat ik alleen Nederlands. Tijdens de les stel ik veel vragen en de antwoorden schrijf ik heel precies en netjes in mijn schrift. Daarin staan zelfs zinnen over mijn verloving. Lees maar: Marah en Kassem zijn verloofd. Wanneer is de bruiloft?

Romanticus

“Ik ben zo blij met mijn verloofde Kassem. Ik heb hem ontmoet via Facebook. Hij komt ook uit Syrië, woont in het azc in Zutphen en is net als ik statushouder. Hij is een echte romanticus. Laatst ontving ik een brief van hem. ‘Ik hou van je’, had hij geschreven. Ik denk dat wij het eerste koppel ooit zijn dat elkaar post heeft gestuurd op briefpapier van het COA. Zijn Nederlands moet hij nog wel verbeteren. ‘Hard oefenen!’, zeg ik dan grappend. ‘Je wilt toch niet dat mijn Nederlands straks beter is dan dat van jou?’”

Dit verhaal is gepubliceerd in januari 2020.

Alles over integratie en participatie