De 36-jarige Laleh uit Iran woonde samen met haar 2 dochters en man bijna 3 maanden in de noodopvang in Biddinghuizen. "Wij waren een van de eerste bewoners. Het was erg gehorig, er waren wel meer dan 1000 bewoners. We hadden weinig privacy, maar we sliepen gelukkig wel in een familiekamer." Het waren zware tijden voor Laleh. "Mijn dochters waren vaak ziek, we hadden slecht weer en de jongste wilde niet eten. Ze wilde alleen ‘mijn’ eten", grapt Laleh. In de noodopvang kunnen bewoners niet hun eigen maaltijden maken want er zijn (meestal) geen kookfaciliteiten. Het COA verzorgt het ontbijt, middag- en avondeten. Daar moesten Laleh en haar gezin ook aan wennen. "Het is vaak Nederlandse kost, om 8, 12 en 17 uur."

  • Noodopvang, Walibi in Biddinghuizen © COA

Op dit moment beschikt het COA over ruim 130 noodopvanglocaties en 80 reguliere locaties. Meer dan de helft van de opvang bestaat uit noodopvang. Deze locaties – zoals leegstaande kantoren of tijdelijke paviljoens – hebben vaak een lager kwaliteits- en voorzieningenniveau. Het COA opent bij voorkeur reguliere opvanglocaties die meer dan 15 jaar dienst kunnen doen, zodat asielzoekers goede opvang en begeleiding krijgen.

Menswaardig

Elsa van der Hoek, locatiemanager in azc Dronten, is de afgelopen jaren actief betrokken geweest bij noodopvanglocaties. "Werken in de noodopvang is een uitdaging. Je moet er toch een menswaardige plek van maken, hoe lastig de opvang ook is. En je moet je collega’s motiveren. Het is niet de manier waarop we mensen willen opvangen en dat kan pittig zijn voor je motivatie. Wij willen ons werk liever ook op een andere manier doen. Het blijft behelpen; mensen kunnen zelf niet koken, zijn erg afhankelijk van het COA en ze verkeren ook in veel onzekerheid. Maar uiteindelijk, als we bijna 1500 mensen in een half jaar hebben opgevangen op een plek als Biddinghuizen,  zijn we wel trots."

  • mensen buiten noodopvang gebouw
    Noodopvang Regulusweg, Den Haag © Mariette Carstens

Noodopvang is in eerste instantie voor een korte periode. In de realiteit blijkt dat soms langer. Of het is voor herhaling vatbaar, net zoals in Biddinghuizen. "De omgeving bleek erg tevreden over hoe het vorig jaar verliep", aldus Astrid Blankenstein. Zij is als COA-programmamanager betrokken bij de realisatie van grootschalige noodopvang. Dat is opvang voor minstens 500 bewoners. "Wanneer we een locatie zoeken, of er wordt een locatie aangeboden door de gemeente, dan controleren we eerst op de locatie voldoet aan bepaalde ruimtelijke en technische eisen. Heeft het terrein of het gebouw voldoende omvang? Is er water en stroom beschikbaar? Is het geheel goed en veilig in te delen en te gebruiken? Daarna toetsen we of het bestuurlijk mogelijk is, waarna we met de gemeente een bestuursovereenkomst sluiten én een huurovereenkomst met de verhuurder van de locatie. Net als bij reguliere opvang - maar nu voor een korte periode. Dus in het geval van de noodopvang in Biddinghuizen is Walibi onze verhuurder."

Eindig

"Gemeenten zoals Dronten (Biddinghuizen) en Nijmegen en Heumen waren zeer bereid om te helpen in de opvangcrisis en boden ruimte aan voor noodopvang", zegt Astrid. "Maar er zijn ook gemeenten die het lastig vinden en daar proberen we met voorlichting en informatie hen bij te helpen. Soms kunnen we noodopvang alvast realiseren op een plek waar later een azc wordt gebouwd."

  • wasmachines noodopvang bewoner
    Noodopvang Regulusweg, Den Haag © Mariette Carstens

Locatiemanager Elsa hoopt dat de noodopvang eindig is: "We willen meer reguliere opvanglocaties. Waar de kwaliteit hoog is, het onderwijs op orde is, bewoners kunnen koken en we genoeg activiteiten kunnen aanbieden. Dat is allemaal nodig om mensen verder te helpen. Zo kunnen onze bewoners zich het beste ontplooien." Ook voor Astrid is het beste scenario dat noodopvang niet meer noodzakelijk is. "Helaas is dat voorlopig nog wel het geval en proberen we ook in de noodopvang te zorgen voor meer comfort. Met units in plaats van tenten bijvoorbeeld. Bovendien streven we ook naar een flexibele schil rondom de bestaande azc’s zodat we snel – in geval van nood- extra capaciteit kunnen regelen."

En Laleh? Die woont inmiddels in een reguliere opvanglocatie in Dronten. "Mijn dochters hebben een eigen kamer en we kunnen zelf koken. Er wonen hier veel gezinnen. Ik voel me veel veiliger hier. Ik leer de Nederlandse taal en mijn dochters gaan naar school en naar de kinderopvang."

Wegens privacyredenen is de naam Laleh gefingeerd en staat de geïnterviewde bewoner niet op beeld.