“’Raouf, alles komt goed’, zei mijn advocaat altijd als ik vroeg of er nieuws was over mijn asielaanvraag. Zijn woorden boden houvast tijdens het lange wachten. Sommige azc-bewoners worden afwachtend van al die onzekerheid. Pas als ze een verblijfsvergunning hebben, gaan ze hun leven hier opbouwen en Nederlands leren. Gelukkig heb ik nooit afgewacht.

Drie jaar geleden vluchtte ik met een paar vrienden uit Damascus vanwege het oorlogsgeweld. Onze eerste stop was Istanbul. Daar maakte ik lange, zware dagen als bakkersknecht. Na drie maanden vertrok ik naar Griekenland. Ik vond eerst onderdak in een vervallen schoolgebouw in Athene. Daarna woonde ik in overvolle vluchtelingenkampen.

Amsterdamse grachten

Als alleenstaande minderjarige kreeg ik al snel een verblijfvergunning. Maar ik wilde niet in Griekenland blijven. Surfend op internet zag ik foto’s van de Amsterdamse grachten en zwart-witte koeien. Nederland, daar wilde ik naartoe.

Al snel na mijn aankomst in Ter Apel werd mijn asielaanvraag afgewezen. Ik moest terug naar Griekenland. Dat wilde ik absoluut niet. Doordat mijn familie in Syrië documenten opstuurde, kon ik opnieuw een asielaanvraag indienen.

Ik kwam terecht in azc Hoogeveen. Daar moest ik echt mijn draai vinden. Ik deelde mijn kamer met acht andere jongens en ik sliep slecht. Geleidelijk aan ging het beter. Ik verhuisde naar azc Drachten. En ik merkte dat ik er niet alleen voor stond. Ik kon altijd bij COA-medewerkers terecht met vragen. Met programmabegeleider Anno bouwde ik een goede band op. Ook mijn NIDOS-voogd Timor werd een belangrijke steunpilaar. Ik zie hem nog steeds regelmatig. Vaak eten we dan ergens in de stad een hamburger en praten bij.

Neef Sami

Maar de belangrijkste persoon in mijn leven hier, is toch wel mijn neef Sami. Ik ontmoette hem bij toeval. Toen ik vrienden opzocht in Den Bosch. Er sloten zich die dag ook wat andere jongens bij ons groepje aan. ‘Ben jij Raouf?’, vroeg een van hen ineens. ‘Ik ben je neef, Sami’. Ineens had ik hier familie. Eens in de maand pak ik nu de trein naar Utrecht. Naar Sami. Ik wandel graag met hem door de oude binnenstad. Vaak blijf ik ook slapen. Sami betekent ontzettend veel voor me. Ik vertrouw hem door en door.

Toen mijn advocaat in april belde en zei: ‘Ik heb goed nieuws’, viel er een last van mijn schouders af. Toen ik in Nederland aankwam, wilde ik zo snel mogelijk de taal leren. Daardoor sprak ik al goed Nederlands. Daar had ik nu als statushouder meteen profijt van.

Foutloos

Ik slaagde binnen een paar maanden voor mijn inburgeringsexamen. En mijn theorie-examen auto heb ik laatst in een keer gehaald, foutloos. Tijdens het leren, brak ik mijn hoofd nog weleens over begrippen. Een uitrit. Wat was dat nu weer? Programmabegeleider Anno hielp mij dan.

Doordat ik veel contact heb met Nederlanders, begrijp ik steeds beter hoe mensen hier met elkaar omgaan. In mijn voetbalteam zitten bijvoorbeeld bijna alleen maar Friezen. En ook mijn stage bij de Albert Heijn was ontzettend leerzaam. Ik werk nu in een pizzeria. Daar liep ik eerst stage. Ik help daar ook klanten. Dat was in het begin best spannend. Eerst had ik niet door dat Friezen vaak Nederlands en Fries mixen. Ik verstond ze dan niet en dacht dat ze onaardig reageerden.

Doorstuderen

Vorige week startte mijn opleiding mbo-zorg. Ik denk dat ik het daar naar mijn zin ga krijgen. Het gebouw is prettig. De docenten en medeleerlingen zijn aardig. Misschien kan ik na deze opleiding zelfs wel doorstuderen, en arts worden. Want mensen helpen, dat doe ik graag. Ik help nu medebewoners al vaak bij regeldingen, zoals de dokter bellen of een bankrekening openen.

Maar nu ga ik eerst mijn rijbewijs halen. Zodra ik dat op zak heb, leen ik een auto en rijd ik de snelweg op naar Utrecht. Naar mijn neef Sami.”