‘Mijn leven in Nederland begon toen ik oppas werd bij Marjolijn’

Zohre Norouzi komt uit Afghanistan en had moeite met integreren. Daarover deed zij verslag in de theatervoorstelling Zohre, een Afghaans-Nederlandse soap. Na zes jaar kan ze zeggen: “Ik weet een beetje hoe het werkt in Nederland.”

Toen Zohre Norouzi (24) in 2014 haar verblijfsvergunning kreeg, wist ze niet of ze blij moest zijn of verdrietig. Ze kreeg een appartement in Alphen aan de Rijn en kon verder met de opleiding Zorg & Welzijn. Maar haar ouders en broertje moesten Nederland verlaten. “Ik voelde me eenzaam in mijn flat in Alphen. Mijn moeder belde mij elke dag vanuit het azc: kom alsjeblieft na school bij ons eten.” 

Je begon helemaal alleen aan een nieuw leven in een vreemd land. Waar liep je tegenaan?
“Ik wilde dolgraag integreren, maar wist niets van Nederland. Het COA had in azc Leersum alles voor ons geregeld. Ik dacht dat mensen in Nederland gratis in een huis woonden en wist niet dat ik een energieleverancier moest kiezen, verzekeringen moest afsluiten, een uitkering kon aanvragen. Ik sprak een paar woorden Nederlands en begreep niets van al die brieven die ik kreeg. Wat was de gemeente? Wat was belasting? Ik stopte alle brieven in een la.”

“Ik kende geen mensen in de buurt en kon bij niemand terecht met al mijn vragen. Toevallig was VluchtelingenWerk in Alphen niet actief. Ik kreeg schulden, omdat ik mijn rekeningen niet betaalde, en de boetes stapelden zich op. Hoe kwam ik aan een baan? Toen mijn ouders voor asiel naar Berlijn vertrokken, was ik kapot. Ik had kale plekken op mijn hoofd door de stress. Er waren zoveel problemen. Ik was ’s nachts bang en liet alle lichten aan.”
 


En toen ontmoette je regisseur Marjolijn van Heemstra.
Lachend: “Ja, mijn redder! Ik zat naast haar tijdens de première van een film over mijn broertje, die al vijf jaar zonder verblijfsvergunning door Europa zwierf. Vlak na die première kreeg ik een brief van DUO: ik moest een enorme boete betalen, omdat ik mijn studiefinanciering tussen twee opleidingen niet had stopgezet. Ik appte iedereen waar ik ooit mee had gesproken: ik zoek werk, het maakt niet uit wat het is! Zo werd ik de oppas van het zoontje van Marjolijn.”

Vijf minuten na de eerste avond oppassen vroeg je aan Marjolijn of je mocht blijven slapen. Waarom?
“Ik wilde niet wéér in mijn eentje in Alpen zitten. Het was gezellig bij Marjolijn. Ik verzon een smoes: het was laat en morgen moest ik weer oppassen. Marjolijn twijfelde, maar liet mij binnen. De volgende ochtend vroeg ze waarom ik dat had gevraagd. Ik had toch een eigen huis, een eigen leven? Ik gaf haar een brief en vroeg of ze die wilde vertalen. Het was een brief van de Woningbouw over mijn betaalachterstand. Toen heb ik haar over mijn leven verteld. Dat ik eenzaam was, problemen had en niet wist hoe ik die moest oplossen.”  

Daarna bleef je vaak slapen. Jullie keken samen een Afghaanse soap op jouw telefoon, dronken thee en praatten over hoe het met jou ging: niet goed. Marjolijn besloot jou te helpen.
“Elke ochtend voordat zij naar haar werk ging, pakten we samen iets op. Ik deed thuis alle brieven in een map en nam die mee. Marjolijn belde instanties, regelde dingen, betaalde schulden. Hoe langer zij daarmee bezig was, hoe verdrietiger zij werd van de bureaucratie in Nederland. Ze zakte weg in een moeras en begreep steeds beter hoe ik me voelde. We waren een jaar bezig om alle problemen op te lossen.”
 


Jullie speelden in 2017 samen in de theatervoorstelling Zohre, een Afghaans-Nederlandse soap. Daarin deden jullie verslag van jouw inburgering en jullie vriendschap. Hoe ontstond dat idee?
“We vroegen ons steeds af: waarom is het zo lastig om in te burgeren? Er was zoveel dat ik niet wist. Uiteindelijk kwamen we uit op een antwoord: vluchtelingen zijn niet dom; ze worden in Nederland niet goed voorbereid op inburgering. Ik zei tegen Marjolijn: het is jouw land, waarom ga je dit niet aan de mensen vertellen? Marjolijn zei toen: ik koop jouw verhaal. Dat gebruikte ze voor een column in Trouw, lezingen, en later het toneelstuk.”

Op de Facebookpagina Operatie Zohre deelde jij filmpjes over jouw ervaringen met integreren. Ook een locatiemanager van het COA zag die en vroeg je op de koffie.
“Ja, dat vond ik zo leuk! Zij kende mij nog uit azc Leersum en vond het zó vervelend, wat er met mij was gebeurd. Ik zei dat er een oplossing was: vluchtelingen zitten altijd eerst in een azc, het COA kan hen opleiden. Tot mijn verbazing vertelde zij dat het COA al een training voor vergunninghouders heeft: Kennis van de Nederlandse Maatschappij. Waarom had ík die niet gehad?”

“Ik volgde de training alsnog, maar dan om te kijken hoe die verbeterd kon worden. Later stond ik zelf als ervaringsdeskundige voor de klas. Ik vertelde Afghaanse vluchtelingen in onze eigen taal precies de dingen die ik ook niet wist. Wat is een gemeente? Wat is belasting? Dat werkte zoveel beter dan via een COA-medewerker en een tolk. Ik vertelde mijn persoonlijke verhaal: als je belangrijke brieven in een la stopt, kom je in de problemen.”

Je paste op bij Marjolijn, speelde in de theatervoorstelling, liep stage bij de politie, haalde je rijbewijs, leerde Nederlands, volgde volwassenenonderwijs vmbo, werkte bij Kentucky Fried Chicken, gaf advies aan het COA, startte het bedrijf Zohre for Reborn, en doet nu een opleiding tot laborant. Gaat het goed met je?
“In Afghanistan moet je trouwen, kinderen krijgen en een goede vrouw voor je man zijn. Daar kun je niet zeggen: ik ben Zohre, ik wil laborant worden. Of: ik ben Zohre, ik hou van reizen. Hier kan ik als vrouw ook mens zijn. Mijn leven in Nederland begon toen ik oppas werd bij Marjolijn. Na zes jaar weet ik een beetje hoe het werkt in Nederland. Sinds kort heb ik weer contact met mijn oudere broer die al tien jaar in Nederland woont. Ik help hém met zijn brieven.”

Laat je nog steeds ’s nachts alle lichten aan?
Lachend: “Dat kost te veel energie. Nee, eenzaam ben ik niet meer. Ik pas niet meer op bij Marjolijn, maar we zijn nog steeds vriendinnen. Ik ken veel andere ex-vluchtelingen en studenten. Maar het mooiste is dat ik in mei hoorde dat mijn ouders en jongste broertje een verblijfsvergunning kregen in Duitsland, zes jaar na onze vlucht. Ik kan het soms nog steeds niet geloven; ze kunnen in de zomer bij mijn bruiloft zijn. Ik ben verloofd met een bedrijfsrechercheur die ik tijdens mijn stage bij de politie leerde kennen."

Aan het einde van jullie theatervoorstelling zegt Marjolijn: ik kan je niet blijven helpen. Ze vraagt: wat is je plan?  
“En dan zeg ik: ik wil niet dat het stopt. De Afghaanse soap is gestopt. Mijn brieven zijn opgeruimd en mijn schulden afbetaald, maar dat is niet het einde. Ik heb in Nederland geleerd dat je door moet gaan met alles wat je wilt. Marjolijn vroeg: Zohre, wat wil je worden? Ik zei: politieagent, laborant, én COA-medewerker. Zij vond het grappig dat ik zoveel wilde. Ik wil doorstuderen, werken, iets doen voor vrouwen in Afghanistan. Ik hoop dat vrouwen in Afghanistan ooit net zo vrij kunnen zijn als ik.”
 


Zohre kijkt nog steeds elke dag Afghaanse soap op haar telefoon (fotografie: Rick Keus)


Gepubliceerd op: 20 juni 2018