"Je bent afgewezen. Wat is je plan?"

Casemanager Miriam Schipper van het COA begeleidt bewoners van azc Alkmaar naar de toekomst. Ook bij terugkeer. Schipper: “Vertrek is voor mij geslaagd als mensen zelfstandig terug gaan én iets meenemen.”

“Een Armeense vrouw met kleine kinderen bij ons in de opvang werd afgewezen”, vertelt Schipper. “Zij had ervoor kunnen kiezen om naar een gezinslocatie te gaan, want in Nederland zetten we kinderen niet op straat. Maar ze ging met haar kinderen terug naar Armenië met hulp van IOM. Ze maakte een businessplan en kreeg een bijdrage van IOM om een auto te kopen. In Armenië startte ze samen met een vriendin een taxibedrijf.”

Plan B
“Die Armeense vrouw nam zelf de regie. Vertrek is voor mij geslaagd als mensen vrijwillig terug gaan én iets meenemen. Een startkapitaal, opleiding of zelfs een baan. Natuurlijk komt niemand naar Nederland om zich terug te laten sturen. Toch wijs ik bewoners in het eerste gesprek al op die mogelijkheid. ‘Als je geen status krijgt, wat is dan plan B?’ Ik informeer ze over de terugkeerprojecten van IOM en andere organisaties. Als bewoners inderdaad een afwijzing krijgen, nodig ik ze zo snel mogelijk uit. Ik geef uitleg over de terugkeerfase en probeer mensen in hun kracht te zetten. ‘Je hebt 28 dagen om Nederland te verlaten. Wat ga je doen?’ De regievoerder van DT&V stelt hen diezelfde vraag.”

Samen gesprekken voeren
“Ik werk bij terugkeer intensief samen met de regievoerders van DT&V. Om de week hebben we een Lokaal Terugkeer Overleg. Daar zit ook een woonbegeleider van het COA bij en medewerkers van AVIM en IND. We bespreken de vertrekdossiers en wisselen informatie over bewoners uit. Samen maken we het plaatje compleet. We bespreken hoe we bewoners op een goede manier kunnen laten vertrekken. De regievoerders van DT&V zijn vijf dagen per week op het azc en we hebben dagelijks contact. Soms voeren we een gesprek met een bewoner samen. Een Iraakse man vroeg laatst zelf of ik bij een gesprek met DT&V kwam zitten.”

Bewoners kennen
“Het voordeel is dat ik onze bewoners op de locatie goed ken. Die Iraakse man zag op tegen het gesprek met DT&V, hij wist niet wat hij kon verwachten. Door mijn aanwezigheid nam de spanning af. Omdat ik een band heb met bewoners, kan ik het makkelijker over terugkeer hebben. Ik ken hun persoonlijke situatie, en wijs ze bijvoorbeeld op de consequenties van hun keuze voor hun kinderen. Mijn ervaring is dat mensen dat fijn vinden. Een Somalische vrouw die geen recht meer had op opvang, stond met haar rolkoffer bij mij voor de deur. Ze gaf me een knuffel en bedankte mij, omdat ik haar altijd met respect had behandeld. En dat terwijl ik nooit goed nieuws voor haar had.”

Eigen keus
“Mijn hart ligt bij terugkeer, omdat het meer van mij vergt. Iedereen vindt het leuk om tegen mensen die een vergunning krijgen te zeggen: ‘Gefeliciteerd!’ Maar als iemand een afwijzing krijgt, zijn wij er ook om te zeggen: ‘Wat rot voor je! Wat is je plan?’ Het mooiste is als ik in samenwerking met de regievoerders van DT&V mensen in beweging krijg, soms pas op het allerlaatste moment. Toch heb ik er vrede mee als mensen niet meewerken aan hun vertrek. Mensen die terug moeten krijgen de keus, keer op keer. Ze kunnen ervoor kiezen om niks te doen. Dan volgt misschien gedwongen vertrek en gaan ze met lege handen naar huis. Ze kunnen ook de regie pakken en gebruikmaken van de terugkeerprojecten die er zijn.”

Lees hier meer over de rol van het COA bij terugkeer.

Gepubliceerd: december 2017