‘De gynaecologen kennen mij inmiddels’

Vrijwilliger Truus Bulten-Wiltink begeleidt zwangere vrouwen in azc Winterswijk. Honderden asielzoekerbaby’s zag ze geboren worden. “Het moeilijkste van dit werk is als er iets misgaat met de baby.”

“Een Cubaanse bewoonster in azc Winterswijk is hoogzwanger, misschien komt er iets tussen”, waarschuwt Truus als we dit interview plannen. Een week later vertelt Truus dat de vrouw is bevallen: “Zondagavond werd ik door de beveiliging van het COA telefonisch opgeroepen, de weeën waren begonnen. Ik ben met de vrouw naar het ziekenhuis gereden, maar het bleek nog niet zover te zijn. Maandag was ik weer met haar in het ziekenhuis, omdat het hartfilmpje niet goed was. Die nacht erna reed ik om 2.00 uur voor de derde keer naar het ziekenhuis. Om 5.15 uur is de baby geboren.”

Op mijn pad

Truus Bulten-Wiltink (62) koos achttien jaar geleden niet bewust voor het begeleiden van zwangeren in azc’s. “Het kwam op mijn pad. In 2000 zaten mijn zes kinderen allemaal op school en wilde ik er iets bij doen. Ik begon in azc Doetinchem als vrijwilliger in de crèche. Daar ontmoette ik een alleenstaande zwangere vrouw, en ik ging met haar mee naar de verloskundige. Zo is het balletje gaan rollen. Op een gegeven moment begeleidde ik in azc Aalten en Winterswijk veertien zwangere vrouwen.”

Vertrouwen in zichzelf

“Deze vrouwen hebben alles achter zich gelaten. Ze zijn vaak jong, begin twintig, en voelen zich ontheemd in een land waar alles anders is. Sommige vrouwen zijn niet vrijwillig zwanger geworden. Vaak denken ze: ik kan het niet, een kind baren en grootbrengen. Ik probeer ze vertrouwen in zichzelf te geven. Als er iemand zwanger is, hoor ik dat van het COA. Meestal wacht ik tot de eerste controle bij de verloskundige en ga ik daarna langs. Ik neem een babyknuffel mee en dan verschijnt meteen een lach op hun gezicht. We drinken thee en als ik met ze kan communiceren, leg ik uit wat ik doe.”

Uitleg artsen vertalen

Truus vertelt de vrouwen hoe het in Nederland gaat rond de zwangerschap en bevalling. Als ze verdrietig zijn of last hebben van bandenpijn, legt ze uit dat dat normaal is. Maar ze helpt de vrouwen vooral met communiceren. Truus: “Soms ga ik mee naar een afspraak, of ik bel met de verloskundigenpraktijk of het ziekenhuis. Ik vertaal wat de verloskundigen en artsen zeggen. Met handen en voeten, in simpel Engels, of via een tolk. De baby van een Syrische bewoonster lag laatst op de high care. Iedereen had het over haar kindje, maar zij kon niets verstaan. Ik was daar drie weken elke dag om haar te helpen.”

Als het misgaat

“Het moeilijkste van dit werk is als er iets misgaat met de baby, zeker als het kindje overlijdt. Dat gebeurde begin dit jaar bij een Syrisch stel. Hun kindje had geen overlevingskans en ze hebben de bevalling met zeven maanden laten inleiden. Ik was op dat moment toevallig in hetzelfde ziekenhuis en ging even bij ze kijken. De vrouw was zo in paniek dat ik bij haar bleef. Zij wilden het overleden kindje niet zien. Ik hield het een poosje vast en zei: het is een mooi jongetje, je krijgt er spijt van als je het niet hebt gezien. Toen hebben ze toch afscheid genomen. Later konden we er samen over praten.”

Gynaecologen kennen mij

Truus zag in de achttien jaar dat ze dit werk doet honderden asielzoekerbaby’s geboren worden. Gelukkig meestal gezond. “De gynaecologen uit het ziekenhuis in Nijmegen kennen mij inmiddels goed. Als ik denk dat de bevalling begint, bel ik rechtstreeks met de poli Gynaecologie. Ik heb een parkeerkaart voor het ziekenhuis. De artsen zijn blij als ik er ben, omdat zij via mij beter kunnen communiceren met hun patiënten. Ik heb een eigen netwerkje van mensen die telefonisch willen tolken als dat nodig is. Dat zijn vrouwen die ik eerder bij hun zwangerschap heb begeleid.”

Op kraamvisite

“De vrouwen en hun partners vinden het prettig dat ik ze help. Ze hebben de leeftijd van mijn eigen kinderen en zien mij als een soort moeder. Voor de bevalling krijgen ze van mij een pakket met leuke tweedehands kleertjes en eventueel een kinderwagen. Die verzamel ik via familie en vrienden. Na de bevalling ga ik natuurlijk op kraamvisite. Vorige week was ik bij de Cubaanse bewoonster die net is bevallen. Het gaat goed met moeder en baby. Meestal houd ik contact met de gezinnen zolang ze in het azc wonen. Met twee gezinnen zijn mijn man en ik bevriend geraakt. Maar dat kan niet met iedereen, dan zou ik altijd onderweg zijn.”

Vrijwilliger Truus Bulten-Wiltink ontving op 26 april 2018 een lintje van de koning voor haar vrijwilligerswerk bij het COA, Streekziekenhuis Koningin Beatrix en Stichting Gave. In azc Winterswijk begeleidt Truus zwangere vrouwen, geeft ze twee ochtenden Basaal Nederlands en begeleidt ze een dag bewoners in het naaiatelier. Het COA heeft haar voorgedragen voor de onderscheiding.

Gepubliceerd: december 2018.