Opvangcapaciteit

Hoeveel extra opvangplaatsen heeft het COA dit jaar nodig?
Waarom heeft het COA meer opvangplaatsen nodig?
Hoe urgent is de behoefte van het COA?
Hoe worden de 5.000 extra opvangplaatsen verdeeld?
Waarom niet de nadruk leggen op het westen van het land, zoals bestuursvoorzitter van het COA Milo Schoenmaker bepleitte?
Waarom pleit het COA voor een evenredige verdeling? In het oosten en noorden van het land is immers meer ruimte?
Is er in Nederland nog wel voldoende draagvlak voor de opvang van asielzoekers?
De overlast van asielzoekers, met name uit veilige landen, zorgt in sommige gemeenten voor veel verzet. Is dat de reden dat het COA nog geen nieuwe centra heeft kunnen openen?
Hoeveel nieuwe centra moet het COA openen?
Zijn kleinere opvanglocaties mogelijk?
Met welke gemeenten wil het COA de bestuursovereenkomst verlengen?
Gaan we net gesloten locaties nu weer heropenen?
Heeft het COA dit capaciteitstekort niet zien aankomen?
In de media lezen we dat er sprake is van een lichte daling van het aantal asielzoekers. En het COA spreekt over een stijging.
Als gemeenten een inhaalslag maken op hun taakstelling, wat betekent dit dan voor de benodigde opvangplekken in die provincie?
Als in een provincie alle gemeenten hun taakstelling hebben behaald, waarom moeten zij dan ‘opdraaien’ voor gemeenten die dit niet behaald hebben?

Hoeveel extra opvangplaatsen heeft het COA dit jaar nodig?

Het COA zoekt 5.000 extra plekken. Daarnaast lopen de komende periode 10 bestuursovereenkomsten af voor verschillende locaties die het COA graag wil verlengen. Dat zijn nog eens 5.000 plekken.

Waarom heeft het COA meer opvangplaatsen nodig?

Het aantal asielzoekers dat naar Nederland komt, groeit licht. Ook worden niet alle asielaanvragen binnen de vastgestelde termijnen afgehandeld, waardoor asielzoekers in afwachting van het besluit langer in de opvang blijven. In de opvang verblijven op dit moment ruim 5.000 statushouders die wachten op een woning in een gemeente.

Hoe urgent is de behoefte van het COA?

Het aantal personen in de opvang was de afgelopen maanden lager dan de prognoses. De laatste tijd neemt de bezetting echter sterk toe. Hierdoor ontstaat druk op onze locaties. De bezetting in de opvanglocaties van het COA gaat waarschijnlijk pas medio 2021 dalen. Dat betekent dat het COA ook op langere termijn extra opvang nodig heeft.

Hoe worden de 5.000 extra opvangplaatsen verdeeld?

De 5.000 nieuwe plekken verdelen we zoveel mogelijk evenredig over alle provincies. Dit is afgesproken aan de Landelijke Regietafel Migratie en Integratie (LRT).

Waarom niet de nadruk leggen op het westen van het land, zoals bestuursvoorzitter van het COA Milo Schoenmaker bepleitte?

Alle provincies moeten in 1 à 2 jaar 417 extra opvangplekken realiseren. Op dit moment is er al een groot aantal opvangplekken in de provincies Groningen, Drenthe en Friesland. Daarom streven we in de randstad naar locaties die langer blijven bestaan. Op die manier ontstaat een meer evenwichtige verdeling van opvangplekken over het land.

Waarom pleit het COA voor een evenredige verdeling? In het oosten en noorden van het land is immers meer ruimte?

Door een evenredige verdeling van opvanglocaties kunnen we asielzoekers die een verblijfsvergunning krijgen, opvangen in de buurt van de gemeente waar ze een huis krijgen. Dit bevordert de integratie en participatie van statushouders.

Is er in Nederland nog wel voldoende draagvlak voor de opvang van asielzoekers?

Ja, veel gemeenten zijn bereid om asielzoekers op te vangen. Uit recent onderzoek dat de Rijksuniversiteit Groningen in opdracht van het WODC uitvoerde, blijkt dat de opvang van asielzoekers in azc’s niet tot grote problemen leidt. Nederlanders die dichtbij een azc wonen, hebben eerder een positieve dan negatieve mening over asielzoekers vergeleken met mensen die veraf wonen. Voor zover de acceptatie van asielzoekers wel onder druk staat, hangt dit volgens het onderzoek sterk samen met breder levend maatschappelijk ongenoegen.

De overlast van asielzoekers, met name uit veilige landen, zorgt in sommige gemeenten voor veel verzet. Is dat de reden dat het COA nog geen nieuwe centra heeft kunnen openen?

Overlast is onacceptabel. Samen met het ministerie van Justitie en Veiligheid en de andere ketenpartners zet het COA zich in om de overlast aan te pakken. Ketenmariniers zoeken oplossingen voor het handhaven van de openbare orde buiten de opvanglocaties. In Harderwijk en in Budel zijn zij erin geslaagd om in samenwerking met alle partijen de overlast terug te dringen. Het ministerie van Justitie en Veiligheid stelt maandelijks een landelijke lijst op van de zwaarste overlastgevers: de Top-X lijst. Deze lijst komt tot stand op basis van gegevens van het COA en de politie. In de migratieketen bespreken partners als gemeenten, politie en het OM welke maatregelen zij gezamenlijk nemen om personen op de Top-X lijst aan de pakken.
In Hoogeveen heeft het COA een nieuwe opvanglocatie voor overlastgevende asielzoekers: de handhaving en toezichtlocatie (htl). Daar vangen we asielzoekers op die binnen de reguliere COA-opvang ernstige overlast veroorzaken.

Hoeveel nieuwe centra moet het COA openen?

Dat valt nu niet te zeggen. We hebben grote en kleinere azc’s. Het aantal te openen centra hangt af van de grootte van de locatie. Een reguliere locatie heeft 450 opvangplekken.

Zijn kleinere opvanglocaties mogelijk?

Willen we goede opvang en begeleiding (beveiliging, inzet personeel) bieden, dan is een locatie-omvang van 450 opvangplekken nodig. In overleg met gemeenten kunnen we dit aantal opvangplekken wijzigen, waarbij we met elkaar bespreken hoe we de kwaliteit van de opvang kunnen garanderen.

Met welke gemeenten wil het COA de bestuursovereenkomst verlengen?

Verlenging van een bestuursovereenkomst is een zorgvuldig proces tussen het COA en het betrokken gemeentebestuur. Daarom doen wij hierover op dit moment geen uitspraken. We bespreken dit ook aan de regionale regietafels met de desbetreffende samenwerkingspartners.

Gaan we net gesloten locaties nu weer heropenen?

In nauw overleg met gemeenten bekijken we wat mogelijk is. Dat kan het heropenen van locaties betekenen, maar ook de inzet van alternatieve locaties.

Heeft het COA dit capaciteitstekort niet zien aankomen?

Het COA vangt wisselende aantallen asielzoekers op. Het aantal opvanglocaties bij het COA beweegt mee met deze wisselende aantallen. Zo zagen we in de jaren ’90 een explosieve groei van het aantal asielzoekers gevolgd door een minstens zo snelle krimp vanaf begin deze eeuw, gevolgd door opnieuw een groei in 2014. Dit betekende groei gevolgd door afname van het aantal opvanglocaties. Sinds het najaar hebben we weer te maken met een stijging van de bezetting op de opvanglocaties. Het COA moet op deze schommelingen reageren en is daarom op basis van de prognoses in samenwerking met gemeenten, provincies en andere partners op zoek naar nieuwe opvanglocaties. Prognoses zijn echter per definitie onzeker.

In de media lezen we dat er sprake is van een lichte daling van het aantal asielzoekers. En het COA spreekt over een stijging.

Waar het COA spreekt over de instroom van asielzoekers hebben we het over alle asielaanvragen, dus ook nareizigers. Dat aantal is gestegen en is groter dan de prognoses.

Als gemeenten een inhaalslag maken op hun taakstelling, wat betekent dit dan voor de benodigde opvangplekken in die provincie?

Een inhaalslag op de taakstelling betekent dat meer statushouders in onze opvanglocaties doorstromen naar een woning in de gemeente. Dit helpt het COA zeker.

Als in een provincie alle gemeenten hun taakstelling hebben behaald, waarom moeten zij dan ‘opdraaien’ voor gemeenten die dit niet behaald hebben?

De noodzaak om extra opvangpleken te realiseren is groot. Ook als een gemeente de taakstelling heeft behaald, moet de provincie 417 extra opvangplekken realiseren conform het besluit van de Landelijke Regietafel Migratie en Integratie.