Sleutel
 

Vragen over de huisvesting van vergunninghouders? Neem contact op met de COA Servicelijn.

E coaservicelijn@coa.nl
T 0800 - 023 80 23

Huisvesting

Op deze pagina staan enkele vragen en antwoorden met betrekking tot de huisvesting van vergunninghouders voor gemeenten.

Wie zijn de contactpersonen voor gemeenten?
Bij het COA werken ‘regievoerders’. Zij zijn dé contactpersonen voor de gemeenten. Aan de hand van zijn of haar kennis over de vergunninghouders en de regio, brengt de regievoerder een zo goed mogelijke match tot stand tussen een vergunninghouder en een gemeente.

Hoe komt een gemeente aan informatie over de vergunninghouders?
Het COA stelt een informatieprofiel op over de vergunninghouders. Hierin worden gegevens opgenomen die voor de gemeente relevant zijn, zoals gezinsgrootte en -samenstelling, herkomstland, taal, opleiding, werkervaring en eventuele zichtbare lichamelijke beperkingen. Op basis van dit informatieprofiel zoekt de gemeente geschikte woonruimte.

Hoe ziet het tijdspad er uit?
Gemeenten hebben gemiddeld twaalf weken de tijd voor het vinden van woonruimte en de verhuizing van de vergunninghouder. Tien weken voor het vinden van woonruimte en twee weken voor de verhuizing naar de nieuwe woning. Na het ingaan van een huurovereenkomst heeft de vergunninghouder twee weken om te verhuizen.

Als de vergunninghouder is gekoppeld aan een gemeente, is hij dan al ingeschreven in het GBA en heeft hij dan al een verblijfspas en een bankpas?
Het COA spoort de vergunninghouder aan om zich zo snel mogelijk te melden bij de gemeente waarin het azc ligt voor inschrijving in de Gemeentelijke Basis Administratie (GBA). De vergunninghouder moet zich binnen vijf dagen na het verkrijgen van de vergunning melden. De snelheid van inschrijven hangt af van de betreffende gemeente. Indien de vergunninghouder nog niet is ingeschreven, neemt het COA meteen contact op met de gemeente die voor inschrijving moet zorgen.

De verblijfspas kan uiterlijk twee weken na het slaan van de beschikking opgehaald worden, mits de vergunninghouder is ingeschreven in het GBA. Het COA wijst de vergunninghouder er op dat het openen van een eigen bankrekening een voorwaarde is om uitkering te kunnen ontvangen.

Hoe zit de regio-indeling in elkaar?
De regio-indeling bij het koppelen van vergunninghouders aan gemeenten is:

  1. Friesland, Groningen, Drenthe
  2. Overijssel, Gelderland
  3. Noord-Holland, Flevoland, Utrecht
  4. Zeeland, Zuid-Holland
  5. Noord-Brabant, Limburg

Kan een gemeente een koppeling weigeren?
Nee, een gemeente kan een koppeling niet weigeren. Zodra het informatieformulier met het profiel van de vergunninghouder verzonden wordt, moet de gemeente deze accepteren en de vergunninghouder huisvesten. De regievoerder maakt een zo goed mogelijke match aan de hand van zijn kennis over de vergunninghouders en de regio (taakstelling gemeente, lokale woningmarkt etc.).

Stel, de gemeente heeft een woning beschikbaar binnen kortere tijd dan de vastgestelde tien weken. Heeft de gemeente dan een extra tijd om alle andere zaken te regelen?
Nee, de vergunninghouder moet het COA verlaten binnen twee weken na de ingangsdatum van het huurcontract.

Wanneer is het huisvestingstraject afgelopen?
Het huisvestingsproces stopt als het COA de vergunninghouder heeft uitgeschreven. Dit gebeurt nadat de gemeente bij afmelding voor de taakstelling heeft verklaard dat gezorgd is voor een woning, voor inkomen en voor GBA-inschrijving. Hierna wordt de vergunninghouder meteen digitaal aangemeld voor de taakstelling.

Mogen vergunninghouders zelfstandig huisvesting zoeken?
Vergunninghouders hebben het recht om zelf huisvesting te zoeken. Uitgangspunt is dat zodra de vergunninghouder is gekoppeld aan een gemeente (binnen twee weken na de toekenning van een vergunning door de IND), een andere gemeente de vergunninghouder niet in behandeling neemt. In het Taakstelling Volg Systeem (TVS) wordt inzichtelijk gemaakt of een vergunninghouder al is gekoppeld aan een gemeente. Als een vergunninghouder een getekend huurcontract kan tonen voor een woning in een andere gemeente dan waaraan hij of zij gekoppeld is, dan wordt de bemiddeling gestaakt. 

Op welke wijze wordt de informatie over vergunninghouders verzameld en overgedragen aan de gemeente?
Ongeveer vijftig procent van de vergunninghouders krijgt een positieve beschikking binnen acht dagen na hun aankomst in Nederland. Met uitzondering van personalia, is in eerste instantie weinig informatie beschikbaar. Tijdens gesprekken met de vergunninghouder verzamelt het COA informatie. Dit wordt verwerkt in een standaard informatieformulier welke binnen twee weken na het toekennen van de beschikking door de regievoerder wordt overgedragen aan de gemeente. Als er in de loop van de tijd meer informatie over de persoon bekend is, wordt het informatieformulier geüpdate.