Inburgeren
 
lijntje

1. Inburgeren

Inleiding
Naar verwachting wordt de nieuwe Wet Inburgering op 1 januari 2007 van kracht.
Kern van deze nieuwe wet is de inburgeringsplicht voor nieuw-en oudkomers. Vreemdelingen die duurzaam in Nederland mogen verblijven moeten voldoen aan de inburgeringsplicht. Onder de nieuwe wet is aan de inburgeringsplicht voldaan als het inburgeringsexamen is gehaald. Inburgering is niet langer vrijblijvend, maar kent een resultaatverplichting. Vanaf het moment van vergunningverlening biedt het COA het inburgeringsprogramma aan. Een kernwaarde van de nieuwe Wet Inburgering is de eigen verantwoordelijkheid. De inburgeringsplichtige kan zelf bepalen bij wie, en tegen welke kosten hij of zij een cursus volgt.

Veranderende rol gemeenten
De rol van gemeenten verandert met de komst van deze nieuwe Wet Inburgering. Gemeenten krijgen een spilfunctie, die zich kenmerkt door drie rollen:
• een informerende rol. Het bieden van goede voorlichting en informatieverstrekking over de inhoud van de plicht, over aanbieders van onderwijs, financiële faciliteiten en de rol van gemeenten.
• een handhavende rol. Ervoor zorgdragen dat aan de inburgeringspicht wordt voldaan.
• een faciliterende rol. Het aanbieden van een inburgeringsvoorziening aan specifieke doelgroepen inburgeringsplichtigen.

2. Het COA in de inburgeringsketen

De gemeente is één van de schakels in de inburgeringsketen. Ook andere schakels in de inburgeringsketen krijgen een andere rol en nieuwe taken.  Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) bevindt zich vóór in die keten, en krijgt de structurele taak een start te maken met inburgering. Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers is de organisatie in Nederland voor de opvang en begeleiding van asielzoekers, vluchtelingen en specifieke groepen, zoals bijvoorbeeld alleenstaande minderjarige vreemdelingen. Het COA biedt hen in opdracht van het ministerie van Justitie tijdelijke huisvesting, en ondersteunt hen in de voorbereiding op hun toekomst, in Nederland of elders.

Steeds meer doet de samenleving een ander beroep op de opvang- en huisvestingsexpertise van het COA. Daardoor ontwikkelt het COA zich tot een organisatie met een grote maatschappelijke betrokkenheid, en anticipeert het op ontwikkelingen in Nederland en Europa. Het COA is een uitvoeringsorganisatie met opvanglocaties in heel Nederland. De stafdirecties zijn in Rijswijk gehuisvest.

Het COA heeft de volgende visie benoemd als leidraad voor de uitvoering van de nieuwe taak op het gebied van inburgeren:
"Inburgeren is een eerste stap op weg naar integratie. Inburgeren is daarom breder dan alleen het beheersen van de Nederlandse taal, en kennis hebben van Nederland. De kerngedachte is dat de vergunninghouder in het proces van inburgering en integratie beter geen tijd verloren kan laten gaan om zich voor te bereiden op de Nederlandse maatschappij."

3. COA in ontwikkeling

Ter voorbereiding op de nieuwe taak heeft het COA de afgelopen periode in opdracht van het ministerie van Justitie een inburgeringsprogramma ontwikkeld. In de vorm van een pilot zijn verschillende lesmethoden, trainingen en inburgeringsproducten getest. Tot nu toe hebben ongeveer tweeduizend vergunninghouders deelgenomen aan de pilot. Op basis van de ervaringen in deze pilot is het inburgeringsprogramma aangepast en doorontwikkeld. Het inburgeringsprogramma wordt op dit moment opnieuw getest op verschillende proeflocaties. In deze testfase wordt onder andere gekeken of de inburgeringsproducten duidelijk en begrijpelijk zijn voor de verschillende niveaus, de belastbaarheid, de behoeften van de deelnemers en naar de factoren die de motivatie van de deelnemers bepalen. Daarnaast zijn de belangrijkste aandachtspunten de samenwerking met partners in de inburgeringsketen en de informatieoverdracht aan gemeenten. Het doel is de inburgeringsplichtige te ondersteunen bij het vinden van een plek in de Nederlandse samenleving.

Het COA werkt momenteel hard aan de verbetering van haar inburgeringsprogramma. En ook na de invoering van de nieuwe Wet Inburgering blijven we dat doen. Daarbij zal ook samenwerking met de gemeenten meer aandacht krijgen. Ook partners als CWI, UAF en VluchtelingenWerk Nederland denken mee bij de ontwikkeling van het nieuwe programma.

Voorbeeld: innovatieplatform HIT
Bij de manier waarop het COA zich ontwikkelt, speelt samenwerken met partners een belangrijke rol. Het COA participeert bijvoorbeeld in de stichting ‘Hersteld vertrouwen in de toekomst’ ofwel HIT, een sociaal innovatieplatform in Limburg en Brabant. Naast het COA werken de gemeenten Maastricht, Heerlen, Venlo, MKB Limburg, LWV en de FNV met elkaar samen in de stichting HIT. Grote Brabantse gemeenten hebben zich inmiddels ook aangesloten.

Door middel van dit tijdelijke samenwerkingsverband wordt gewerkt aan het oplossen van knelpunten die de partners ervaren binnen het thema migratie. De stichting HIT werkt onder andere aan het project ‘Werken in Nederland’. Dit project biedt een integraal programma aan waarbij de rode draad is dat inburgering en arbeidsmarktintegratie hand in hand gaan.

Successen van het project ‘Werken in Nederland’ zijn:
• Acht maanden na de start overstijgt het aantal deelnemers de verwachting en de capaciteit.
• De trajecten zijn ingericht op competenties middels leer-werkbedrijven.
• De trajecten integreren arbeidsmarktcompetenties met taal en maatschappelijke competenties.
• De eerste bedrijven zijn een samenwerkingsverband aangegaan (horeca en gezondheidszorg).
• Het Europees Parlement verzoekt HIT samen met een aantal andere landen een conferentie te organiseren over het project op 19 september 2007.
• Het project sluit aan bij tendensen op zowel Europees, nationaal als regionaal niveau.
• Het project boekt daadwerkelijke resultaten op het gebied van onderwijsvernieuwing, zowel in methodiek als in structuur.

Voorbeeld: proeflocaties Leiden en Nijmegen
Op de proeflocaties in Leiden en Nijmegen wordt het inburgeringsprogramma beproefd. Hoe dit inburgeringsprogramma er precies uitziet wordt in het volgende hoofdstuk besproken. Er wordt uitgegaan van het gemiddelde aantal weken dat de vergunninghouder naar verwachting in de centrale opvang verblijft vanaf 1 januari 2007. In dertien weken wordt een intensief programma aangeboden, in combinatie met de begeleiding van de casemanager. Vergunninghouders met diverse achtergronden en van verschillende niveaus nemen deel aan het inburgeringsprogramma. Door de expertise van de casemanager kan de vergunninghouder op maat worden ondersteund. De eerste dertien weken zijn bijna afgerond op beide proeflocaties. Op basis van de evaluatie kan het inburgeringsprogramma worden aangescherpt. De eerste geluiden uit de proeflocaties zijn positief.

Successen van de proeflocaties zijn:
• De vergunninghouder zit niet lijdzaam af te wachten tot de uitplaatsing naar een gemeente, maar kan zijn tijd alvast gebruiken om te starten met inburgeren en na te denken over de invulling van zijn toekomst in Nederland.
• De casemanagers hebben doordat zij zelf de portfolioworkshops geven meer contact met de vergunninghouders en kunnen hen daardoor beter begeleiden, ze zijn beter op de hoogte van wat er speelt.
• Diverse niveaus in één groep is een voordeel omdat daardoor elke nieuwe instromer meteen mee kan doen.
• Onderwijs op de COA-locatie maakt meedoen voor een vergunninghouder laagdrempelig.
• Door goede contacten met de gemeente (bij Leiden met Rotterdam en in Nijmegen gemeente Nijmegen) worden vergunninghouders ‘warm’ overgedragen. De gemeente weet wie er gaan komen en zoekt vast naar passende woningen.
• Vergunninghouders zijn bijzonder enthousiast. De uitval is nihil.

4. Het inburgeringsprogramma

Het inburgeringsprogramma wordt aangeboden aan vergunninghouders die verblijven in een van de opvangcentra van het COA. Deelname aan het inburgeringsprogramma geschiedt op vrijwillige basis en is kosteloos maar niet vrijblijvend. In het inburgeringsprogramma maakt de vergunninghouder kennis met de Nederlandse taal, de Nederlandse samenleving en de arbeidsmarkt. Begeleiding op maat gecombineerd met een actieve rol van de vergunninghouder staat hierbij centraal. Het volgen van het inburgeringsprogramma draagt bij aan de zelfstandigheid en zelfredzaamheid van de inburgeringsplichtige. Door deze vroege start en een goede informatieoverdracht kunnen inburgeringsplichtigen in de gemeente van huisvesting een snelle doorstart maken met inburgeren. Dit intensieve programma is gebaseerd op de gemiddelde verblijfsduur (dertien weken) in de opvang. Er worden drie niveaugroepen onderscheiden: hoger opgeleiden, standaard groep en de groep analfabeten. Het inburgeringsprogramma bestaat uit een aantal samenhangende inburgeringsproducten:

NT2: Nederlands als tweede taal
NT2 wordt aangeboden omdat de Nederlandse taal een belangrijk deel uitmaakt van het verplichte inburgeringsexamen. Het tempo waarin de vergunninghouder les krijgt is afhankelijk van zijn niveau. Na het volgen van NT2 in de centrale opvang beschikt de vergunninghouder in ieder geval over het niveau A1-min (staat gelijk aan het eindniveau van de Wet Inburgering Buitenland). Maar het COA streeft ernaar deelnemers zo veel mogelijk op weg naar A2 te krijgen. Vergunninghouders die sneller leren en vergunninghouders die in de asielfase al het nodige van de Nederlandse taal geleerd hebben kunnen een hoger niveau bereiken.

KNS: kennis van de Nederlandse samenleving
Om goed te kunnen functioneren in de Nederlandse samenleving is het belangrijk om op de hoogte te zijn van de gebruiken, normen en waarden binnen ons land. Ook KNS weegt zwaar in het verplichte inburgeringsexamen en wordt derhalve aangeboden aan alle niveaugroepen. 

Loopbaan Leerlijn Methodiek
Deze begeleidingsmethodiek zet de casemanager in om de vergunninghouder te ondersteunen in de oriëntatie op een toekomstige loopbaan. De focus van de Loopbaan Leerlijn Methodiek ligt met name op het inzichtelijk maken van opgedane ervaringen, competenties en vaardigheden (wie ben ik, wat kan ik, wat wil ik en wat zijn mijn (on)mogelijkheden) en is veel minder gericht op het daadwerkelijk zoeken naar werk. Het portfolio is het belangrijkste instrument binnen de Loopbaan Leerlijn Methodiek.

Portfolio
Het portfolio versterkt het zelfvertrouwen van de vergunninghouder en is een eerste stap richting inburgering. De vergunninghouder leert zijn kennis, ervaring, competenties en ambities te benoemen en beschrijven, met gebruik van instrumenten als diplomawaardering en evc (eerder verworven competenties). Op die manier kan de vergunninghouder een realistisch plan maken voor een succesvolle inpassing in de Nederlandse maatschappij. De casemanager begeleidt de cursist door middel van individuele gesprekken en workshops.

E-learning
Het digitaal scholen en informeren van vergunninghouders die verblijven in de centrale opvang, teneinde deze personen over een stuk kennis te laten beschikken die benodigd is voor het aanstaande inburgeringsproces in de Nederlandse samenleving en aansluit op de aanstaande inburgeringsplicht. E-learning biedt mogelijkheden om vergunninghouders die sneller leren dan gemiddeld een extra leermogelijkheid te bieden.

Huisvesting
Het inburgeringsprogramma gaat in op de vragen en situaties die zich voor doen rondom het thema huisvesting. Waar kan de vergunninghouder terecht voor een woning? Hoe werkt het in Nederland, bijvoorbeeld met gas, water en licht? Huisvesting wordt behandeld in de lessen NT2 en KNS.

Werkoriëntatie
Dit inburgeringsproduct laat de vergunninghouder kort kennismaken met de Nederlandse arbeidsmarkt. In de tijd die de vergunninghouder heeft doorgebracht bij het COA is een begin gemaakt met de voorbereiding op het werktraject dat wordt voortgezet in de gemeente. Deze voorbereiding bestaat uit een eerste basale kennismaking met de Nederlandse arbeidsmarkt.

Overdrachtsdossier
Voor een geslaagde overgang vanuit de centrale opvang naar de toekomstige woonplaats is een goede overdracht van informatie van groot belang. Hiervoor is, in samenwerking met gemeenten, het overdrachtsdossier ontwikkeld. Via dit dossier draagt het COA de gegevens van de vergunninghouder over aan de gemeente. Op deze manier kan het inburgeringstraject in de gemeente van huisvesting gericht worden voortgezet. Bij voorkeur gaat het overdrachtsdossier gepaard met minimaal een tweegesprek tussen casemanager en gemeente. De verschillende inburgeringsproducten vormen in samenhang met elkaar het inburgeringsprogramma. Dit houdt in dat er niet eerst NT2 wordt gegeven, dan KNS en vervolgens Portfolio. Alle inburgeringsproducten bestaan naast elkaar en worden gelijktijdig ingezet.

Casemanagers als spil
De casemanager speelt een belangrijke rol. Hij of zij begeleidt de vergunninghouder vanaf het intakegesprek tot de uitplaatsing naar een gemeente. Deze begeleiding is veelzijdig. De casemanager is een coach, een motivator of een steuntje in de rug. Maar ook is de casemanager verantwoordelijk voor een goede overdracht van de persoonlijke informatie aan de gemeente. De begeleiding vindt plaats volgens de Loopbaan Leerlijn Methodiek. Deze methodiek vormt het ‘cement’ van het inburgeringsprogramma. Wil een vergunninghouder aan het inburgeringsprogramma deelnemen dan volgt er een intakegesprek tussen vergunninghouder en casemanager. Er wordt onder andere bekeken welk startniveau de vergunninghouder heeft. Aan het einde van het inburgeringsprogramma wordt een eindtoets afgenomen. Deze eindtoets is er op gericht de niveaustijging van de vergunninghouder weer te geven. De resultaten en andere (persoons)gegevens worden door middel van het overdrachtsdossier doorgegeven aan de gemeente van uitplaatsing. Dit overdrachtsdossier geeft de gemeenten een duidelijk beeld van waar de vergunninghouder staat.

Uitplaatsing naar gemeenten
In het uitplaatsingsbeleid (aanbodmodel) wordt het mogelijk gemaakt de wensen en competenties van de vergunninghouder aan te laten sluiten op de wensen van de gemeenten. In het nieuwe inburgeringsprogramma moet het mogelijk zijn dat door de begeleiding van de casemanager, het opgebouwde dossier, de gegevens die hij heeft over het woningaanbod en de specifieke profielen van gemeenten, een vergunninghouder uitgeplaatst kan worden waar hij in de toekomst het meest tot zijn recht komt. De casemanager heeft ook hierin een onmisbare rol. Het inburgeringsprogramma voor de groep analfabeten en de standaardgroep is voornamelijk gericht op NT2 en KNS. Het niveau dat beide groepen naar verwachting hoogstens kunnen behalen is het niveau A1-min. Dit niveau staat gelijk aan het niveau waaraan vergunninghouders die uit het buitenland komen moeten voldoen (WIB). Voor alle niveaugroepen is er de mogelijkheid om zelfstandig verder te gaan dan het niveau A1-min. E-learning biedt hiervoor bijvoorbeeld goede mogelijkheden. In het inburgeringsprogramma voor de hoger opgeleiden wordt meer aandacht (meer lesuren) besteed aan inburgeringsproducten buiten NT2 en KNS.

Meer info
Voor vragen en opmerkingen naar aanleiding van deze informatie kunt u terecht bij:
Secretariaat project Inburgeren, COA
Postbus 3002
2280 ME Rijswijk
T: 070 372 73 07
E: inburgering.project@coa.minjus.nl
I: www.coa.nl

 

 

 
Opvangproces
Rechten en plichten
Feiten en cijfers
Begrippen
Alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Uitgenodigde vluchtelingen
Inburgeren
Rvb
Medische zorg asielzoekers
Kind in de opvang
 
downloads   pers   sitemap   contact   
spacer spacer
zoeken
GaGa  
spacer  
Over COAlijntjeOpvang asielzoekerslijntjeOpvanglocatieslijntjeVeelgestelde vragen  
spacer spacer spacer spacer spacer
afbeelding
image
Disclaimer